gegrondheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·grond·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gegrondheid -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gegrondheid v

  1. aanwezigheid van goede redenen
     Hoewel het Fonds begrip heeft voor het standpunt van uw cliënten, is het niet overtuigd van de gegrondheid van uw klachten en is het niet voornemens zijn besluit in dezen te wijzigen.[2]
     Gelukkig, voor de jurist en de samenleving als geheel, moet die subjectieve vrees geobjectiveerd worden: het gaat uiteindelijk om een gegronde vrees voor vervolging. Naast die vrees, die voorondersteld kan worden, gaat het er dus om de gegrondheid en de vervolging vast te stellen.[3]
     Wat men u ook aan de andere kant zal zeggen, de president heeft duidelijk gemaakt dat hij noch de noodzaak noch de gegrondheid ziet van een algemeen akkoord over de Oost-West-handel en nieuwe organisaties om daarover te praten.[4]

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 5 januari 2022 Weblink bron Gretha Pama & Sandra Smallenburg “Selectie Biënnale: kunstenaars tegenover Mondriaan Fonds” (11 juni 2018) op nrc.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 5 januari 2022 Weblink bron Peter van Krieken “Recht en rechtvaardigheid zijn twee verschillende dingen” (8 oktober 2005) op nrc.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 5 januari 2022 Weblink bron E. G. Lachman “Parijs steunt VS, maar met nuances” (15 december 1982) op nrc.nl