gedrang

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·drang
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gedrang
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gedrang o

  1. het dringen, moeilijke omstandigheden
Uitdrukkingen en gezegden
  • In het gedrang komen
met moeilijkheden te maken krijgen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen