gedekt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·dekt
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
dekken

gedekt

  1. voltooid deelwoord van dekken
    • Bijna 40 procent van de 60-plussers gaat ervan uit dat de aanvullende verzekering nuttig is mocht je in het ziekenhuis belanden. Gemiddeld denkt dat 35 procent dat. Het goede antwoord: nee. Ziekenhuiszorg zit namelijk in de basisverzekering. Met een aanvullende verzekering krijg je dus geen betere ziekenhuiszorg. Wel ben je met een aanvullend pakket verzekerd voor kosten die niet gedekt zijn in het basispakket. Denk dan aan tandartshulp voor boven de 18 jaar, een uitgebreide dekking voor fysiotherapie of alternatieve geneeswijzen. [2] 
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gedekt gedekter gedektst
verbogen gedekte gedektere gedektste
partitief gedekts gedekters -

Bijvoeglijk naamwoord

gedekt [3]

  1. onopvallend, rustig
    • Aandacht is er genoeg voor de nieuwe Vantage, ook zonder buitenissig rijgedrag. Dat komt deels door de neon-groen gekleurde diffusor onder onze witte auto, die een prachtig effect geeft, maar ook wel een beetje erg opvallend is. In een gedekte kleur kun je je echter ook aardig anoniem door het verkeer bewegen. [4] 
  2. voorzien van een bedekking
    • Het interieur ademt nog de sfeer van uit de textielfabriek. Waar vroeger in de Enschedese wijk Roombeek poetsdoeken werden geweven, serveert chef-kok Gaston Olde Olthof nu culinaire verrassingen en begeleiden gastvrouw Manita Driezen en gastheer Raymond Ruitenberg u naar een mooi gedekte tafel. [5] 
  3. beschermd
    • DNB wijst in een rapport over de zorgverzekeraars op een verontrustende ontwikkeling. Mensen nemen steeds vaker alleen een aanvullende verzekering als ze verwachten dat ze de daarin gedekte zorg nodig hebben. Oftewel: de aanvullende verzekering wordt steeds vaker maximaal gebruikt. En dat maakt de aanvullende zorgverzekering duurder en duurder. [6] 
Synoniemen
Antoniemen


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen