gåstol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • gå·stol
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de Deense woorden en stol
Naar frequentie 251019
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   gåstol     gåstolen     gåstole     gåstolene  
genitief   gåstols     gåstolens     gåstoles     gåstolenes  

Zelfstandig naamwoord

gåstol, g

  1. loopstoel
    «Barnet sidder i en gåstol
    Het kind zit in een loopstoel.
Verwante begrippen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • gå·stol
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de Noorse woorden en stol
Naar frequentie 46760
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   gåstol     gåstolen     gåstoler     gåstolene  
genitief   gåstols     gåstolens     gåstolers     gåstolenes  

Zelfstandig naamwoord

gåstol, m

  1. loopstoel
Verwante begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • gå·stol
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de Nynorske woorden en stol
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   gåstol     gåstolen     gåstolar     gåstolane  

Zelfstandig naamwoord

gåstol, m

  1. loopstoel
Verwante begrippen