functioneren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • func·ti·o·ne·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
functioneren
functioneerde
gefunctioneerd
zwak -d volledig

Werkwoord

functioneren

  1. inergatief ~ als een bepaalde functie vervullen
    • De flux functioneert als een bescherming tegen de zuurstof van de lucht tijdens het solderen. 
  2. inergatief in staat zijn de gebruikelijke taken te vervullen
    • Hij functioneert al een tijdje niet goed sinds hij zijn baan verloor. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl