frats

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • frats
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘gril’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1684 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord frats fratsen
verkleinwoord fratsje fratsjes

Zelfstandig naamwoord

frats v/m

  1. Dwaze streek, bevlieging, gril, kuur streek.
    • De jongen haalde rare fratsen uit toen hij dronken was. 

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen