fragmenteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • frag·men·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
fragmenteren
fragmenteerde
gefragmenteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

fragmenteren

  1. (overgankelijk) in kleine brokstukken uiteen doen vallen
    De botsing van de Afrikaanse en Euraziatische plaat fragementeerde dit gebergte in drie delen.
  2. (ergatief) in kleine brokstukken uiteenvallen
    De harde schijf is gefragmenteerd.
    fragmenteren bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Vertalingen