fragmenteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • frag·men·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
fragmenteren
fragmenteerde
gefragmenteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

fragmenteren

  1. overgankelijk in kleine brokstukken uiteen doen vallen
    • De botsing van de Afrikaanse en Euraziatische plaat fragementeerde dit gebergte in drie delen. 
  2. ergatief in kleine brokstukken uiteenvallen
    • De harde schijf is gefragmenteerd. 
    fragmenteren bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.