fraŭlino

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Esperanto

Uitspraak
  • IPA: /fɾawˈlino/
  enkelvoud meervoud
nominatief   fraŭlino     fraŭlinoj  
accusatief   fraŭlinon     fraŭlinojn  

Zelfstandig naamwoord

fraŭlino

  1. juffrouw
    «La fraŭlino aĉetas panon.»
    De juffrouw koopt brood.
  2. mejuffrouw
    «Pardonu Fraŭlino
    Pardon Mejuffrouw.