fluitenkruid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

plant uit de schermbloemen familie
Uitspraak
Woordafbreking
  • flui·ten·kruid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fluitenkruid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

fluitenkruid o [2]

  1. Anthriscus sylvestris, plant uit de schermbloemen familie
    • In het gras van de bermen bloeien klaver, margrieten en fluitenkruid. 
    • Achter de toonbank van een bloemenzaak in Den Haag las Jannah Loontjens deze regels van Herman Gorter. Ze was vijftien en tussen de bossen fluitenkruid, gerbera’s, chrysanten, tulpen en rozen waande ze zich die zaterdagmiddagen even in de romantisch sfeer van de boeken die ze las. „Inmiddels vind ik het veel te zoet, maar toen dweepte ik met romantische literatuur van Gorter en Couperus, vol visuele beschrijvingen van de natuur.”[3] 
    • De Rijksuniversiteit Groningen en de Hanzehogeschool gaan van fluitenkruid de basis voor een medicijn tegen kanker maken. Daarover bericht RTV Noord. In de wortel van het onkruid zit namelijk de stof podofyllotoxine, wat een veelbelovend middel tegen kanker blijkt te zijn. Tijdens het project met de naam PhytoSana wordt de werkzame stof op grote schaal uit de plant gehaald, in samenwerking met bedrijven en instellingen in de Eems Dollard Regio. [4] 
  2. Alisma plantago aan de waterkant groeiende plant ook wel herdersfluit of waterweegbree genoemd


Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. NRC Adinda Akkermans 31 maart 2017
  4. Volkskrant 26 maart 2013