firewall

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fire·wall
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord firewall firewalls
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

firewall m

  1. (informatica) hardware of software die een computer of netwerk beschermt tegen misbruik van buitenaf
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

enkelvoud meervoud
firewall firewalls

Zelfstandig naamwoord

firewall

  1. (informatica) firewall
  2. brandmuur