financiën

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fi·nan·ci·en
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘geldwezen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1459 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord - financiën
financies
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

financiën mv

  1. de geldmiddelen van een persoon of instelling
    • Ik wil een nieuwe computer maar mijn financiën staan me dat niet toe. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen