fietshandelaar
Uiterlijk
- Geluid: fietshandelaar (hulp, bestand)
- IPA: / ˈfitshɑndəˌlar / (4 lettergrepen)
- fiets·han·de·laar
- samenstelling van fiets en handelaar
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | fietshandelaar | fietshandelaren fietshandelaars |
| verkleinwoord | fietshandelaartje | fietshandelaartjes |
de fietshandelaar m
- (beroep) iemand of een bedrijf dat fietsen en fietsaccessoires in- en verkoopt
- Deze fietshandelaar is gesprecialiseerd in racefietsen.
- Het woord fietshandelaar staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 14
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal