fantasy

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fan·ta·sy
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fantasy
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

fantasy v

  1. genre dat zich kenmerkt door onwerkelijke gebeurtenissen, verzonnen wezens, imaginaire werelden, magie en bovennatuurlijke elementen
    • De Amerikaanse betaalzender HBO wil nog geen afscheid nemen van de mythische wereld van Game of Thrones. De zender maakte vorige week bekend dat wordt gewerkt aan een spin-off van de succesvolle fantasy-serie. HBO heeft vier schrijvers gevraagd om verhalen te bedenken voor een aan Game of Thrones. gerelateerde dramaserie.[1] 
    • Fantasyfeest Elfia is het enige evenement waar je met een hakbijl en een zwaard fluitend langs de beveiliging kunt wandelen - mits het een onmisbaar onderdeel is van je kostuum. Maar laat dat maar over aan de grote stoet trollen, bosnimfen en tovenaars die jaarlijks met duizenden tegelijk bij Kasteel de Haar paraderen. Joshua houdt het met zijn piratenkostuum - idee van de vriendin - nog redelijk simpel en zijn grootste asset is geen fantasy: zijn kapsel. "Ik draag het al zes jaar zo, dus alle vergelijkingen ken ik nu wel. 'Hé Jimi Hendrix!' 'Hé Michael Jackson!' - in zijn Jackson Five-tijd dan - en 'Hé Bob Ross! Kun je ook zo mooi schilderen?"[2]  
Verwante begrippen

Gangbaarheid

65 % van de Nederlanders;
62 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC J. Benjamin 8 mei 2017
  2. Volkskrant D.J. van den Burg 13 mei 2017
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be