faalangst

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • faal·angst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord faalangst -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

faalangst m

  1. (psychologie) angst om te falen
    • Vaak verhindert faalangst dat mensen iets ondernemen. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie