eskader

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • es·ka·der
enkelvoud meervoud
naamwoord eskader eskaders
verkleinwoord eskadertje eskadertjes

Zelfstandig naamwoord

eskader o

  1. (scheepvaart), (militair) een groep oorlogsschepen die onder hetzelfde commando staat en zelfstandig kan opereren, maar te klein is om een vloot genoemd te worden
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders
86 % van de Vlamingen.

Meer informatie