esculaap

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • es·cu·laap
enkelvoud meervoud
naamwoord esculaap esculapen
verkleinwoord esculaapje esculaapjes

Zelfstandig naamwoord

esculaap m

  1. het embleem van de geneeskundigen, een staf met een daaromheen kronkelende slang
    Op zijn visitekaartje is een esculaap geprint.
Vertalingen
Gangbaarheid
77 % van de Nederlanders
43 % van de Vlamingen.

Meer informatie