eruptie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • erup·tie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘uitbarsting’ voor het eerst aangetroffen in 1650 [1]
  • afgeleid van het Franse éruption of daarvoor van het Latijnse 'eruptio'
enkelvoud meervoud
naamwoord eruptie erupties
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

eruptie v

  1. plotselinge, felle uiting
  2. (geologie) het uitstoten van gassen, rook en lava door een vulkaan
    • De energie die bij de plinische eruptie van de Tambora in 1815 vrijkwam was gelijk aan 34.000 megaton TNT of 1700 atoombommen van het type Hiroshima (20.000 kiloton) [2] 
  3. (medisch) plotselinge huiduitslag
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen