ersatz

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • er·satz
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Duits [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord ersatz
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ersatz m [2]

  1. (minderwaardig) middel om het oorspronkelijke te vervangen
     “Men weet nog steeds niet zeker waar het woord ‘fiets’ vandaan komt. Twee Vlamingen menen dat het verband houdt met ‘vize’, het Duitse equivalent van ‘vice’. In de taal kan dat schertsend gebruikt worden voor ‘Ersatz’ of ‘vervanging’, zoals in vicevoorzitter. Een fiets moet dan worden gezien als een ‘Vizepferd’, een vervanging voor een paard.[3]
     Er zijn enkele onderwerpen waarover Merkel wel een duidelijke mening heeft. De eerste is de vrede met Frankrijk en de Europese integratie. Na de Tweede Wereldoorlog geldt Europa als het nieuwe vaderland (”Ersatz-nation”). Haar inzet om met de toenmalige Franse president Sarkozy de eurocrisis te boven te komen, valt hieruit te verklaren. Maar hierin heeft ze bijna alle Duitsers mee.[4]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

29 % van de Nederlanders;
61 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. ersatz op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Bronlink Weblink bron “Een goed gesprek met Henk Krol & Wim Daniëls” (23/03/2012), HP de Tijd
  4. Bronlink Weblink bron Evert van Vlastuin “Na tien jaar krijgt Merkel eindelijk enige tegenwind” (21-11-2015), Reformatorisch Dagblad
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be