equatoriaal
Uiterlijk
- Geluid: equatoriaal (hulp, bestand)
- IPA: / ekwatori'jal / (5 lettergrepen)
- equa·to·ri·aal
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | equatoriaal | equatorialen |
| verkleinwoord | - | - |
Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord
- (astronomie) astronomische kijker, draaibaar om twee assen
1.
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | equatoriaal | equatorialer | equatoriaalst |
| verbogen | equatoriale | equatorialere | equatoriaalste |
| partitief | equatoriaals | equatorialers | - |
equatoriaal
1.
- Het woord equatoriaal staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 5 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -aal in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Niet met deze vorm in Woordenlijst Nederlandse Taal
- Astronomie in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal