Naar inhoud springen

epitaaf

Uit WikiWoordenboek
  • epi·taaf
  • afgeleid van 'epitafium', van het Griekse 'taphos' [begrafenis, begraafplaats, graf] (met het voorvoegsel epi-) [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord epitaaf epitafen
verkleinwoord epitaafje epitaafjes

deepitaafm of hetepitaafo

  1. grafschrift
    • Confusion will be my epitaph.
      As I crawl a cracked and broken path
      If we make it we can all sit back and laugh.
      But I fear tomorrow I'll be crying,
      Yes I fear tomorrow I'll be dying.

      King Crimson
       
  2. grafsteen
45 %van de Nederlanders;
50 %van de Vlamingen.[2]