epiloog

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • epi·loog
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord epiloog epilogen
verkleinwoord epiloogje epiloogjes

Zelfstandig naamwoord

epiloog m

  1. een naschrift toegevoegd aan een boek of film, nawoord, narede
    • In de epiloog werd daarover gezwegen. 
  2. naspel
  3. naspel van een reeks gebeurtenissen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord epiloog epiloë

Zelfstandig naamwoord

epiloog

  1. epiloog