epic

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
epic epics

Zelfstandig naamwoord

epic

  1. (taalkunde) epos, heldendicht
stellend vergrotend overtreffend
epic more epic most epic

Bijvoeglijk naamwoord

epic

  1. (taalkunde) episch
  2. overdrachtelijk heldhaftig, geweldig
    «His attempt ended in an epic fail.»
    Zij poging eindigde in een geweldige mislukking.