enkelvoudig
Uiterlijk
- Geluid: enkelvoudig (hulp, bestand)
- IPA: / ˈɛŋkəlˌvɑudəx / (4 lettergrepen)
- en·kel·vou·dig
- afgeleid van enkel met het achtervoegsel -voudig
- afgeleid van enkelvoud met het achtervoegsel -ig [1]
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | enkelvoudig |
| verbogen | enkelvoudige |
| partitief | enkelvoudigs |
enkelvoudig
- Slechts uit één mens, dier of ding bestaand.
- Bij een enkelvoudige breuk is er maar één breukvlak
- Het woord enkelvoudig staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "enkelvoudig" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ enkelvoudig op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -voudig in het Nederlands
- Achtervoegsel -ig in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %