emuleren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • emu·le·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
emuleren
emuleerde
geëmuleerd
zwak -d volledig

Werkwoord

emuleren

  1. (informatica) een computersysteem nabootsen in een andere omgeving
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders;
68 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be