emballeur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • em·bal·leur

Niet in de woordenlijst van de Taalunie

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord emballeur emballeurs
verkleinwoord emballeurtje emballeurtjes

Zelfstandig naamwoord

emballeur m

  1. (beroep) iemand die emballeert, een inpakker
    emballeur bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Verwante begrippen