eetpatroon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eet·pa·troon
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eetpatroon eetpatronen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

eetpatroon o

  1. de aard van de voeding die men tot zich neemt
     Bekijk de belangrijke veranderingen in het eetpatroon hieronder.[1]
     Lewandowski, die in 2017 een academische graad in lichamelijke opvoeding behaalde, gooide samen met zijn vrouw Anna, een voormalig karatekampioene en voedingsdeskundige, zijn eetpatroon om.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 20 december 2021 Weblink bron “Nederlanders eten iets gezonder, vooral minder vlees” (20-11-2018), NOS
  2. Bronlink geraadpleegd op 20 december 2021 Weblink bron Gijs Uilenbroek “Lewandowski heeft 'een tandje bijgeschakeld', maar swingt nog niet op EK” (19-06-2021), NOS