eetbui

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eet·bui
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eetbui eetbuien
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

eetbui v/m

  1. een moment waarop mensen ineens een grote hoeveelheid eten tot zich nemen
    • Anorexia nervosa ofwel ziekelijk uithongeren komt in Nederland het minst vaak voor. Ongeveer 22.000 patiënten lijdt aan bulimia nervosa (eetbuien gevolgd door braken, laxeren of vasten). Bij ruim 160.000 mensen is op dit moment niet precies vast te stellen waarom ze niet normaal met voeding omgaan, aldus de promovenda. [1] 
    • „Op de middelbare school werd ik gepest, ik voelde me onzeker en minderwaardig. In eten vond ik troost en ik had soms wel drie eetbuien op een dag. Als ik me ergens rot over voelde, haalde ik voor twintig euro chips, chocolade en snoep, en at tot ik er misselijk van werd. Mensen zeiden wel: ’Wat word je dik.’ Maar niemand wist van mijn stiekeme eetbuiten.” [2] 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad 15-08-2007 Dagbehandeling succesvol bij eetstoornissen
  2. De Telegraaf HANNA GILLISSEN 07 jan. 2018 Shiron viel 49 kilo af: ’Ik kon niet eens meer met de kinderen spelen’
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be