eenkamerflat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • een·ka·mer·flat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eenkamerflat eenkamerflats
verkleinwoord eenkamerflatje eenkamerflatjes

Zelfstandig naamwoord

eenkamerflat m [1]

  1. appartement in een flatgebouw bestaande uit één kamer
    • Ook al woon je in een krap eenkamerflatje in een verlaten industriestad, diep in Siberië en vrijwel zonder geld, dan ook is het sprookje bereikbaar. „Juist voor deze vrouwen hebben we een speciaal programma opgesteld”, laat Marii Boucher weten in het Petersburgse hoofdkwartier van de ’Oostenrijkse Hogere School voor Etiquette’.[2] 
    • Brusselaar Eric de Kuyper debuteert in 1988 succesvol met Aan zee, zijn herinneringen aan de vakanties in Oostende. In 1997 publiceert hij zijn ervaringen van zijn recent verblijf in een eenkamerflat op de dijk in Met zicht op zee.[3] 

Gangbaarheid


Verwijzingen