dwingend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dwin·gend
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen dwingend dwingender dwingendst
verbogen dwingende dwingendere dwingendste
partitief dwingends dwingenders -

Bijvoeglijk naamwoord

dwingend

  1. door dwang en drang
    • De politie gaf het dwingend advies om door te lopen 
  2. noodzakelijk
     Elke dag het ergste vuil eraf poetsen met een natte bandana of een plons in een rivier zijn meer dan voldoende om jezelf schoon te houden. Ook biologische zepen werden niet gewaardeerd in de natuur. Helemaal geen zeep gebruiken was het dwingende advies.[1]

Werkwoord

vervoeging van: dwingen
verbogen vorm: dwingende

dwingend

  1. onvoltooid deelwoord van dwingen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be