dwingend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dwin·gend
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen dwingend dwingender dwingendst
verbogen dwingende dwingendere dwingendste
partitief dwingends dwingenders -

Bijvoeglijk naamwoord

dwingend

  1. door dwang en drang
    • De politie gaf het dwingend advies om door te lopen 
  2. noodzakelijk

Werkwoord

vervoeging van: dwingen
verbogen vorm: dwingende

dwingend

  1. onvoltooid deelwoord van dwingen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be