driedeurs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drie·deurs
Woordherkomst en -opbouw

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord driedeurs
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

driedeurs v / m

  1. voertuig met twee portieren en een achterklep
stellend
onverbogen driedeurs
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

driedeurs

  1. met drie deuren
  2. (auto) met twee portieren en een achterklep

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.