drago

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Italiaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • dra·go

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
drago draghi

drago m

  1. (mythologie) draak
  2. kei, uitblinker


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
dragar

drago

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van dragar