draaidag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • draai·dag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord draaidag draaidagen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

draaidag m

  1. dag dat men opnames maakt voor een film of televisieprogramma
    • "Honderden kinderen willen een taart maken voor hun zieke oma of lieve moeder, maar dat is te weinig voor een aflevering van 25 minuten. Het liefst heeft een kind een superleuke hobby, stottert ie, of kan hij of zij gewoon heel enthousiast kletsen. Ze moeten ook niet geïntimideerd of verveeld raken tijdens de draaidag, die al gauw een halve dag duurt."[1] 
    • Actrice Carolien Karthaus-Spoor verheugt zich na een lange draaidag altijd op het weerzien met haar in juni vorig jaar geboren zoontje Otis. [2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen