doorvechten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·vech·ten
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

doorvechten [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorvechten
vocht door
doorgevochten
klasse 3 volledig
  1. niet stoppen met strijden
    • Hamilton kan op papier dit weekeinde al wereldkampioen kan worden bij winst in Austin en een slechte score voor de Duitser, maar de Brit rekent zich nog niet rijk. "Tenzij Seb een gekke fout maakt, gebeurt dat niet. Het lijkt me onwaarschijnlijk aangezien hij al vier keer wereldkampioen is geworden. Dus we gaan nog een paar races doorvechten."[2] 
    • Ondanks de kwetsuur bleef de 31-jarige Amerikaan stug doorvechten. Het gewricht klapte echter om de haverklap dubbel, waarna de dokter en scheidsrechter besloten om het gevecht te staken.[3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 22 okt. 2017
  3. de Telegraaf 25 jun. 2017