divisie
Uiterlijk
- di·vi·sie
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘grote afdeling’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1365 [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | divisie | divisies |
| verkleinwoord | divisietje | divisietjes |
de divisie v
- legereenheid van 15.000 man, verdeeld in een aantal brigades
- afdeling van een vloot
- afdeling in de sportcompetitie
- Het eerste elftal van Ajax speelt in de eredivisie.
- (bedrijfskunde) zelfstandig onderdeel van een grote onderneming
- (wiskunde) deling
- koppelteken
- [1] legerafdeling
- derdedivisieclub, divisieadmiraal, divisieclub, divisiecommandant, divisiedirecteur, divisiegeneraal, divisiehoofd, divisiemanager, divisiestructuur, eerstedivisieclub
- Het woord divisie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "divisie" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "divisie" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bedrijfskunde in het Nederlands
- Wiskunde in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %