dikbil

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dik·bil
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dikbil dikbillen
verkleinwoord dikbilletje dikbilletjes

Zelfstandig naamwoord

dikbil v / m

  1. (veeteelt) koe voor de slacht met zware bilspieren
    • gezien de operaties die sommige Braziliaansen laten uitvoeren wordt dit het tijdperk van de dikbil 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.

Meer informatie