dijkvak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dijk·vak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dijkvak dijkvakken
verkleinwoord dijkvakje dijkvakjes

Zelfstandig naamwoord

dijkvak o [1]

  1. deel van een waterkering met min of meer gelijke eigenschappen over de hele lengte van dat deel
    • Smart Rivers pleit ervoor maximale veiligheid te behalen door ‘het DNA van de rivier’ te volgen. Dat wil zeggen dat per dijkvak wordt gekeken naar een optimale mix van rivierverruiming, dijkverhoging, dijkverlegging en natuurbeheer. [2] 
    • Er zijn verschillende oplossingen om piping te voorkomen. Ondoordringbare damwanden aanbrengen of steunbermen bouwen zijn enkele mogelijkheden. 'Maar er loopt ook een experiment met zogenoemd geotextiel, een doek dat water doorlaat en zand tegenhoudt. In ons proeflab zijn daar veelbelovende resultaten mee geboekt. We gaan binnenkort een praktijkproef doen bij een dijkvak ter hoogte van de waar de Rijn Lek wordt. Als dat goed uitpakt, zullen de kosten van dit probleem flink dalen', zei een woordvoerder van de schappen. [3] 
    • De nieuwe dijk is multifunctioneel en daarmee anders dan alle andere rivierdijken tot nu toe volgens de landelijke projectorganisatie Ruimte voor de Rivier. Langs het 2 kilometer lange dijkvak komen hoogwatervluchtplaatsen voor de grazers die voor het onderhoud van de dijk zorgen. De dijk wordt ook veel breder dan andere waterkeringen, zodat er bovenop ruimte voor is voor wandel- en fietspaden. Langs het hele dijkvak worden tribunes gebouwd, zodat mensen daar naar het water van de Waal en de Afgedamde Maas kunnen kijken. [4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
56 % van de Vlamingen.

Verwijzingen