diegenen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • die·ge·nen

Aanwijzend voornaamwoord

diegenen mv

  1. als antecedent van een beperkende bijzin die personen
    • Diegenen die dat gemaakt hebben moeten goed georganiseerd geweest zijn. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid