hetgeen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • het·geen
Woordherkomst en -opbouw

Betrekkelijk voornaamwoord

hetgeen o [2]

  1. (formeel) met ingesloten antecedent wat
    • Hetgeen we hebben afgesproken staat keurig in de mail verwoord. 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen