Naar inhoud springen

hetgeen

Uit WikiWoordenboek
  • het·geen

hetgeen o [2]

  1. (formeel) met ingesloten antecedent wat
    • Hetgeen we hebben afgesproken staat keurig in de mail verwoord. 
     Trouwens, als uitsluitend bewust waarnemen op zintuigwerking zou duiden, dan zouden dieren en jonge kinderen geen zintuigen hebben, hetgeen duidelijk nonsens is.[3]
     'Wat gezellig, hè,' roept mijn moeder, 'zo met z'n allen op een boot ' Ze kan niets verstaan van hetgeen wij met elkaar besprekenm Ik doe mijn best een glimlach te produceren en steek mijn duim in de lucht.[4]
97 %van de Nederlanders;
93 %van de Vlamingen.[5]
  1. hetgeen op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Louw Feenstra V
    “Zintuigen” (2016), Amsterdam University Press op Wikipedia, ISBN 9789048529421
  4. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be