deurslot

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

slot op een deur
Uitspraak
Woordafbreking
  • deur·slot
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord deurslot deursloten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

deurslot o [1]

  1. slot op of van een deur
    • De mens is kwetsbaar, maar staat niet machteloos in dat ongrijpbare internet of things. Je portemonnee is het beste wapen: koop geen slimme luidspreker, online deurslot of tv met spraakbesturing en webcam. Wat niet gekocht wordt, kan niet gehackt worden.[2] 
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen