deporteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·por·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
deporteren
deporteerde
gedeporteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

deporteren

  1. (overgankelijk) onder dwang wegvoeren uit een gebied
    - De illegalen werden niet gedeporteerd omdat zij nergens heen konden.
    - Familieleden van aanslagplegers op de Westelijke Jordaanoever moeten worden gedeporteerd naar de Gazastrook. Dat plan heeft de Israëlische premier Netanyahu gisteren voorgelegd aan de hoofdaanklager, die moet oordelen of het binnen de wet valt. Volgens de premier zou het plan „het aantal terreuraanslagen op Israëliërs drastisch verminderen”.[2]
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Wiktionnaire
  2. NRC 3 maart 2016

Meer informatie