departement

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·par·te·ment
enkelvoud meervoud
naamwoord departement departementen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

departement o

  1. ministerie
    Hij werkte voor het Ministerie van Financiën.[1]
  2. gebouw van een ministerie
  3. bestuurlijk gewest in sommige landen
    Zondag mogen zo’n 900.000 kiezers in het Bretonse departement Loire-Atlantique naar de stembus om antwoord te geven op de vraag: ‘Bent u voorstander van het project om vliegveld Nantes-Atlantique te verplaatsen naar de gemeente Notre-Dame-des-Landes?’ Het huidige vliegveld ten zuiden van Nantes is met 4,4 miljoen passagiers in 2015 „verzadigd”, zeggen de autoriteiten. De nieuwe locatie, ten noorden van de stad, geeft minder geluidshinder en zou goed zijn voor de economie.[2]
  4. afdeling van een vereniging
  5. subfaculteit of vakgroep
    Voor welk departement werkt u.
Vertalingen

Meer informatie

  • NRC
  • NRC Peter Vermaas 24 juni 2016