Naar inhoud springen

ministerie

Uit WikiWoordenboek
  • mi·nis·te·rie
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘departement van bestuur’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1767 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord ministerie ministeries
verkleinwoord ministerietje ministerietjes

hetministerieo

  1. (regering) een afdeling van een overheid waar het beleid van de regering wordt uitgevoerd
     “Ik dacht dat je bij de televisie en het ministerie van Buitenlandse Zaken werkte,* zegt ze scherp.[2]
     Je bent overal ingeschreven, in de burgerlijke stand, in de registers van het ministerie van oorlog, in de doopboeken van de synagoge, wie weet, o nee, die dopen niet, enfin, je bent een Belgisch staatsburger 100%.[3]
    • Het ministerie van financiën is verantwoordelijk voor de inkomsten en uitgaven van het land. 
  • Openbaar Ministerie
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]