delirium

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·li·ri·um
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘waanzinnigheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1660 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord delirium deliria, deliriums
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

delirium o

  1. (medisch) waanzinnigheid, acuut psychische stoornis ten gevolge van lichamelijke aandoening, vergiftiging of onthouding van middelen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen