dekkleed

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dek·kleed
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dekkleed dekkleden
verkleinwoord dekkleedje dekkleedjes

Zelfstandig naamwoord

dekkleed o

  1. een lap stof waarmee de romp van een paard afgedekt wordt
  2. een grote lap, meestal waterdicht materiaal waarmee een gebouw, voer- of vaartuig afgedekt wordt
  3. (heraldiek) een op de helm vastgemaakt stuk stof
Hyponiemen

Meer informatie

Gangbaarheid