defect

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·fect
stellend
onverbogen defect
verbogen defecte

Bijvoeglijk naamwoord

defect

  1. kapot, niet werkend
    Het defecte apparaat kon niet meer gerepareerd worden.
enkelvoud meervoud
naamwoord defect defecten
verkleinwoord defectje defectjes

Zelfstandig naamwoord

defect o

  1. storing, beschadiging van een apparaat
    De defecten werden provisorisch verholpen.
Vertalingen