debitant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·bi·tant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord debitant debitanten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

debitant m

  1. (beroep) iemand die debiteert (o.a. slijter van alcoholica en verkoper van loten in een loterij)

Gangbaarheid

57 % van de Nederlanders;
55 % van de Vlamingen.