databank

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • da·ta·bank
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord databank databanken
verkleinwoord databankje databankjes

Zelfstandig naamwoord

databank v/m

  1. (informatica) een plaats waar informatie over bepaalde onderwerpen in digitale vorm verzameld, opgeslagen en geconsulteerd kan worden
    • Dit beheersysteem zit gekoppeld aan een databank met MySQL. 
    • Als je wilt werken met big data heb je grote databaken nodig. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie