damslag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dam·slag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord damslag damslagen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

damslag m [1]

  1. (sport) een slag die je maakt met een dam in het damspel
    • Natuurlijk niet onmiddellijk 28.47-42? wegens 28...24-29!, 30...18-22 en 31...21-27 enz. met een vernietigende damslag naar 49. [2] 

Gangbaarheid

67 % van de Nederlanders;
44 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Volkskrant Ton Sijbrands18 november 2000 Scherpe aanpak Molimard-variant
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be