dalles

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dal·les
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Jiddisch, in de betekenis van ‘armoede’ voor het eerst aangetroffen in 1886 [1]
  • Herkomst: Jiddisj [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord dalles -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dalles v/m

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) armoede

Gangbaarheid

8 % van de Nederlanders;
10 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
dallar

dalles

  1. aanvoegende wijs tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van dallar
  2. gebiedende wijs (ontkennend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van dallar