dalle

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

dalle v

  1. (spreektaal) noppes, niks
    «Que dalle
    Niks en niemendal! [1]
  2. (spreektaal) trek, honger
    «Là-bas dansent des chacals, poussés par la dalle
    Daar dansen de jakhalzen, gedreven door de honger.
    «J'ai la dalle
    Ik verrek van de trek, ik rammel van de honger. [1]
  3. (spreektaal) strot, keel [1]

Verwijzingen


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
dallar

dalle

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van dallar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van dallar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van dallar